Een complete gids voor de verschillende soorten micronutriënten en hun functies
Micronutriënten zijn voedingsstoffen die we in kleine hoeveelheden nodig hebben om gezond te blijven. Ze leveren geen energie, maar zijn wel betrokken bij allerlei processen in ons lichaam, zoals de stofwisseling, de afweer, de groei en de ontwikkeling. Er zijn drie soorten micronutriënten: vitamines, mineralen en spoorelementen. In deze gids leggen we uit wat ze zijn, waar ze in zitten en wat ze doen.
- Vitamines
Vitamines zijn organische stoffen die ons lichaam niet of niet voldoende zelf kan aanmaken. We moeten ze dus via de voeding binnenkrijgen. Er zijn 13 vitamines die we kunnen onderscheiden in twee groepen: veto losbare en wateroplosbare vitamines.
Vet oplosbare vitamines zijn vitamine A, D, E en K. Ze kunnen worden opgeslagen in het lichaamsvet en de lever. Ze komen vooral voor in dierlijke producten, zoals vlees, vis, eieren en zuivel, maar ook in plantaardige oliën en margarines.
Wateroplosbare vitamines zijn vitamine C en de acht B-vitamines: B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11 en B12. Ze kunnen niet worden opgeslagen in het lichaam en moeten dus regelmatig worden aangevuld. Ze komen vooral voor in groente, fruit, graanproducten en peulvruchten.
Vitamines hebben diverse functies. Ze spelen een rol bij de energieproductie, de celgroei en -deling, de bescherming tegen schadelijke stoffen (antioxidanten), de bloedstolling, de hormoonproductie, de zenuwfunctie en het immuunsysteem.
Een tekort aan vitamines kan leiden tot allerlei klachten en ziektes, zoals vermoeidheid, bloedarmoede, scheurbuik, nachtblindheid, rachitis en osteoporose. Een teveel aan vitamines kan ook schadelijk zijn, vooral bij de vet oplosbare vitamines. Dit kan leiden tot misselijkheid, hoofdpijn, diarree, nierstenen en leverbeschadiging.
- Mineralen
Mineralen zijn anorganische stoffen die ons lichaam niet zelf kan aanmaken. We moeten ze dus via de voeding binnenkrijgen. Er zijn 16 mineralen die we kunnen onderscheiden in twee groepen: macromineralen en micromineralen.
Macromineralen zijn mineralen waarvan we meer dan 100 milligram per dag nodig hebben. Ze zijn calcium, chloor, fosfor, kalium, magnesium, natrium en zwavel. Ze komen voor in allerlei voedingsmiddelen, zoals zuivelproducten, groente, fruit, noten, zaden en vlees.
Micromineralen zijn mineralen waarvan we minder dan 100 milligram per dag nodig hebben. Ze zijn ijzer, jodium, koper, mangaan, molybdeen, selenium en zink. Ze komen voor in dierlijke producten, zoals vlees, vis en eieren, maar ook in plantaardige producten, zoals graanproducten, peulvruchten en noten.
De functies van mineralen zijn ook divers. Ze spelen een rol bij de opbouw van botten en tanden (calcium), de vochtbalans (natrium), de spiercontractie (kalium), de zuur-base-balans (fosfor), de enzymwerking (magnesium), het zuurstoftransport (ijzer) en de schildklierfunctie (jodium).
Een tekort aan mineralen kan leiden tot allerlei klachten en ziektes, zoals krampen (natrium), botontkalking (calcium), bloedarmoede (ijzer), struma (jodium) en groeistoornissen.
Comments
Post a Comment